Bevorderingsnormen 2016-2017
  • Klas 1
  • Klas 2
  • Klas 3
  • Klas 4
  • Klas 5
  • Examen
Bevordering van eerste naar tweede leerjaar (voor brugklassen mavo/havo en havo/vwo)

De vakken in het eerste jaar worden in twee groepen verdeeld:

Cluster 1: NE – FA – EN – GS – AK – WI – BI
Cluster 2: MU – BV – LO – TA* – O&O* – T&T*
* indien in vakkenpakket

De leerling wordt automatisch bevorderd naar het tweede leerjaar als

  • de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 40 is en
  • het maximum aantal tekortpunten in de hele lijst vier is (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier voor twee en een drie voor drie tekortpunten).

De leerling wordt automatisch bevorderd naar het ‘hogere niveau’ (= havo in de m/h-klassen en vwo in de h/v-klassen) als de som van de cijfers voor de vakken uit cluster 1 tenminste 52 is. Bij een totaal van 50 of 51 punten komt de leerling in bespreking.
Voor alle leerlingen uit het eerste en tweede leerjaar geldt dat, behoudens bijzondere omstandigheden, doubleren niet mogelijk is.
Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

Bevordering van eerste naar tweede leerjaar Wereldklas XL

De vakken in het eerste jaar worden in twee groepen verdeeld:

Cluster 1: NE – FA – EN – GS – AK – WI – BI – KV – O&O
Cluster 2: MU – BV – LO

De leerling wordt automatisch bevorderd naar het tweede leerjaar als

  • de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 54 is en
  • het maximum aantal tekortpunten in de hele lijst vier is (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier voor twee en een drie voor drie tekortpunten).

Bij een totaal van 52 of 53 punten komt de leerling in bespreking voor vwo XL 2 of vwo 2.
Wanneer een leerling niet bevorderd wordt naar vwo XL 2, neemt de docentenvergadering een (bindend) besluit over plaatsing in vwo 2 of havo 2.
Voor alle leerlingen uit het eerste en tweede leerjaar geldt dat, behoudens bijzondere omstandigheden, doubleren niet mogelijk is.
Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

Bevordering van tweede naar derde leerjaar

De vakken in het tweede jaar worden in twee groepen verdeeld:

Cluster 1: NE – FA – DU – EN – GS – AK – WI – NA – BI – O&O* – T&T*
Cluster 2: BV* – TA* – LO – MU* – MA*
* indien in vakkenpakket

De leerling wordt bevorderd van mavo 2 naar mavo 3 als

  • het maximum aantal tekortpunten in de hele lijst vijf is, waarvan maximaal vier tekortpunten in groep 1 (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier voor twee en een drie voor drie tekortpunten) en
  • de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 58 is; bij 56 en 57 punten wordt de leerling besproken.

De leerling wordt bevorderd van havo 2 naar havo 3 en van vwo 2 naar vwo 3 als

  • het maximum aantal tekortpunten in de hele lijst vier is (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier voor twee en een drie voor drie tekortpunten) en
  • de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 54 (60 met O&O of T&T) is; bij 52 en 53 (58 en 59 met O&O of T&T) punten wordt de leerling besproken.
Voor alle leerlingen uit het eerste en tweede leerjaar geldt dat, behoudens bijzondere omstandigheden, doubleren niet mogelijk is.
Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.
Bevordering van tweede naar derde leerjaar Wereldklas XL

De vakken in het tweede jaar worden in twee groepen verdeeld:

Cluster 1: NE – FA – DU – EN – GS – AK – WI – NA – BI – O&O – LA* – GR*
Cluster 2: BV – LO – MU
* indien in vakkenpakket

De leerling wordt bevorderd van XL 2 naar XL 3 als

  • zonder LA en GR in het vakkenpakket van de derde klas > de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 60 is;
    bij 58 en 59 punten wordt de leerling besproken voor vwo XL 3 of vwo 3;
  • met LA en GR in het vakkenpakket van de derde klas > de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 72 is;
    bij 70 en 71 punten wordt de leerling besproken voor vwo XL 3 of vwo 3.

én het maximum aantal tekortpunten in de hele lijst vier is (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier voor twee en een drie voor drie tekortpunten).
Bij minder dan 58 c.q. 70 punten neemt de docentenvergadering een (bindend) besluit over plaatsing in vwo 3 of havo 3.

Voor alle leerlingen uit het eerste en tweede leerjaar geldt dat, behoudens bijzondere omstandigheden, doubleren niet mogelijk is.
Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.
Bevordering van mavo 3 naar mavo 4

De leerling wordt bevorderd naar het vierde leerjaar:

  • hij maximaal vier tekortpunten heeft (alle vakken), waarvan maximaal één in het gekozen vakkenpakket (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier voor twee en een drie voor drie tekortpunten) en
  • de resultaten bij kunstvakken-1 (ckv) en oriëntatie op leren en werken voldoende zijn (beoordeeld met ‘voldoende’ of ‘goed’) en
  • de resultaten bij LO en beeldende vorming voldoende zijn (een 6 of meer).

Indien de leerling niet bevorderd wordt, kan de docentenvergadering een dringend advies uitbrengen ten aanzien van het vervolg. Het advies wordt opgenomen in het schooldossier.
Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

Bevordering van havo 3 naar havo 4 en vwo 3 naar vwo 4

De vakken zijn in twee groepen verdeeld:

Cluster 1: NE – FA – DU – EN – GS – AK – WI – NA – SK - EC – O&O*
Cluster 2: BV* – LO – MA*
* indien in vakkenpakket

De leerling wordt bevorderd naar het vierde leerjaar van het zelfde schooltype als

  • het maximaal aantal tekortpunten in de hele lijst vijf is (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier telt voor twee en een drie voor drie tekortpunten) en
  • het maximum aantal tekortpunten voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal één is en
  • (zonder O&O) de som van de cijfers op het eindrapport van cluster 1 minimaal 60 punten is (bij 58 en 59 punten komt de leerling in bespreking).
  • (met O&O) de som van de cijfers op het eindrapport van cluster 1 minimaal 66 punten is (bij 64 en 65 punten komt de leerling in bespreking).

Het vak O&O kan alleen worden gekozen bij een voldoende op het eindrapport. Wiskunde-B kan alleen gekozen worden bij een 7 voor wiskunde op het eindrapport.
De docentenvergadering spreekt zich uit over het te kiezen profiel en kan een bindend (negatief) advies geven. Een leerling dient eerst bevorderd te zijn, voordat er sprake is van een profieladvies.
Een leerling uit het derde leerjaar heeft recht op bevordering naar de vierde klas van een 'lager niveau' als de som van de cijfers uit cluster 1 tenminste 53 punten is. Wanneer de leerling minder dan 53 punten heeft, besluit de docentenvergadering over plaatsing.

Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

Bevordering van vwo XL 3 naar vwo 4

De vakken zijn in twee groepen verdeeld:

Cluster 1: NE – FA – DU – EN – GS – AK – WI – NA – SK – EC – O&O* – LA* – GR*
Cluster 2: BV* – LO

De leerling wordt bevorderd naar het vierde leerjaar van het zelfde schooltype als

  • het maximaal aantal tekortpunten in de hele lijst vijf is (een vijf telt voor één tekortpunt, een vier telt voor twee en een drie voor drie tekortpunten) en
  • het maximum aantal tekortpunten voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal één is en
  • zonder LA en GR in het vakkenpakket van de derde klas de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 66 is, bij 64 en 65 punten wordt de leerling besproken;
  • met LA en GR in het vakkenpakket van de derde klas de som van de cijfers uit cluster 1 minimaal 72 is, bij 70 en 71 punten wordt de leerling besproken.

Het vak O&O kan alleen worden gekozen bij een voldoende op het eindrapport. Wiskunde-B kan alleen gekozen worden bij een 7 voor wiskunde op het eindrapport.
De docentenvergadering spreekt zich uit over het te kiezen profiel en kan een bindend (negatief) advies geven. Een leerling dient eerst bevorderd te zijn, voordat er sprake is van een profieladvies.
Een leerling uit het derde leerjaar heeft recht op bevordering naar de vierde klas van een 'lager niveau' als de som van de cijfers uit cluster 1 tenminste 59 punten is. Wanneer de leerling minder dan 59 punten heeft, besluit de docentenvergadering over plaatsing.

Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

Bevordering van havo 4 naar havo 5

Alle in havo 4 gevolgde vakken worden bij de overgang betrokken. Hierbij worden de eindcijfers afgerond op nul decimalen. Voor de vakken ckv en lichamelijke opvoeding moet aan een minimumeis worden voldaan (zie hieronder 3 en 4).

Een leerling is bevorderd:

  1. indien hij:
    • voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 4 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, waarbij deze onvoldoende gecompenseerd wordt door minimaal één 7, dan wel
    • voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 heeft behaald en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en deze onvoldoendes gecompenseerd worden door minimaal een 7;
    • voor één vak een 5 en één vak een 4 en in beide gevallen voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en deze onvoldoendes gecompenseerd worden door minimaal twee een 7 of één 8.
  2. indien voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (A of B) maximaal één onvoldoende is behaald en die onvoldoende niet lager is dan een 5;
  3. indien het vak ckv beoordeeld is als ‘voldoende’ of ‘goed’;
  4. indien voor het vak lichamelijke opvoeding een 6 of meer is behaald. Het cijfer voor het vak lo telt niet mee als compensatie voor eventuele onvoldoendes.

Indien de leerling niet bevorderd wordt, kan de docentenvergadering een dringend advies uitbrengen ten aanzien van het vervolg. Het advies wordt opgenomen in het schooldossier.

Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

Bevordering van vwo 4 naar vwo 5

Alle in vwo 4 gevolgde vakken worden bij de overgang betrokken. Hierbij worden de eindcijfers afgerond op nul decimalen. Voor de vakken ckv en lichamelijke opvoeding moet aan een minimumeis worden voldaan (zie hieronder 3 en 4).

Een leerling is bevorderd:

  1. indien hij:
    • voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 4 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, waarbij deze onvoldoende gecompenseerd wordt door minimaal één 7, dan wel
    • voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 heeft behaald en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en deze onvoldoendes gecompenseerd worden door minimaal een 7 en deze onvoldoendes niet allebei binnen de groep profielvakken vallen;
    • voor één vak een 5 en één vak een 4 en in beide gevallen voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en deze onvoldoendes gecompenseerd worden door minimaal twee een 7 of één 8, en deze onvoldoendes niet allebei binnen de groep profielvakken vallen;
  2. indien voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (A of B of C) maximaal één onvoldoende is behaald en die onvoldoende niet lager is dan een 5;
  3. indien het vak ckv beoordeeld is als ‘voldoende’ of ‘goed’. Het cijfer voor het vak ckv telt niet mee als compensatie voor eventuele onvoldoendes;
  4. indien voor het vak lichamelijke opvoeding een 6 of meer is behaald. Het cijfer voor het vak LO telt niet mee als compensatie voor eventuele onvoldoendes.

Indien de leerling niet bevorderd wordt, kan de docentenvergadering een dringend advies uitbrengen ten aanzien van het vervolg. Het advies wordt opgenomen in het schooldossier.

Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

Bevordering van vwo 5 naar vwo 6

Alle in vwo 5 gevolgde vakken worden bij de overgang betrokken. Hierbij worden de eindcijfers afgerond op nul decimalen. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet aan een minimumeis worden voldaan (zie hieronder 3).

Een leerling is bevorderd:

  1. indien hij:
    • voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 4 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
    • voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 heeft behaald dan wel voor één vak een 5 en één vak een 4 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt;
  2. indien voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (A of B of C) maximaal één onvoldoende is behaald en die onvoldoende niet lager is dan een 5;
  3. indien voor het vak lichamelijke opvoeding een 6 of meer is behaald. Het cijfer voor het vak LO telt niet mee als compensatie voor eventuele onvoldoendes.

Indien de leerling niet bevorderd wordt, kan de docentenvergadering een dringend advies uitbrengen ten aanzien van het vervolg. Het advies wordt opgenomen in het schooldossier.

Twee keer doubleren in een zelfde leerjaar of doubleren in twee opeenvolgende leerjaren is niet toegestaan.

MAVO
Een leerling is geslaagd indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en:
  1. indien hij voor het vak Nederlands ten minste het eindcijfer 5 heeft behaald;
  2. indien hij:
    • voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 6 of hoger heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 4 en voor de overige vakken een 6 of hoger heeft behaald waarvan tenminste één 7 of hoger,
    • voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 heeft behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger waarvan tenminste één 7 of hoger;
  3. indien hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel als beoordeling “voldoende” of “goed” heeft behaald;
  4. indien het sectorwerkstuk beoordeeld is als “voldoende” of “goed”;
  5. indien hij de rekentoets gemaakt heeft en met een cijfer heeft afgerond.
Elke leerling heeft het recht om in één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, in het tweede tijdvak opnieuw deel te nemen aan het centraal examen (hoogste cijfer telt).

HAVO
Een leerling is geslaagd indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en:
  1. indien hij voor één van zijn kernvakken (Nederlands, Engels en in voorkomende gevallen wiskunde A of wiskunde B) waarvoor een eindcijfer is vastgesteld maximaal één 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger heeft behaald;
  2. indien hij:
    • voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken, rekening houdend met bepaling a (kernvakkenregeling), waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 4 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
    • voor twee van zijn vakken, rekening houdend met bepaling a (kernvakkenregeling), waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 heeft behaald dan wel voor één vak een 5 en één vak een 4 en in beide gevallen voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt;
  3. indien het vak ckv (in havo 4) beoordeeld is als “voldoende” of “goed”;
  4. indien het vak lichamelijke opvoeding (in havo 5) beoordeeld is als “voldoende” of “goed”;
  5. indien voor de onderdelen van het combinatiecijfer (zie hieronder) geen eindcijfer lager dan een 4 is behaald;
  6. indien hij de rekentoets gemaakt heeft en met een cijfer heeft afgerond.
Het combinatiecijfer is een onderdeel van het schoolexamen en telt mee in de slaag/zakregeling bij het eindexamen in havo 5. Dit combinatiecijfer wordt gevormd door de afgeronde cijfers voor het vak maatschappijleer en het profielwerkstuk te combineren tot één cijfer dat eenzelfde gewicht heeft als de overige afzonderlijke vakken. Voor de afzonderlijke delen van het combinatiecijfer mag geen cijfer lager dan een 4 worden behaald.
Elke leerling heeft het recht om in één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, in het tweede tijdvak opnieuw deel te nemen aan het centraal examen (hoogste cijfer telt).

VWO

Een leerling is geslaagd indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en:

  1. indien hij voor één van zijn kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde A of wiskunde B of wiskunde C en de rekentoets) waarvoor een eindcijfer is vastgesteld maximaal één 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger heeft behaald;
  2. indien hij:
    • voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, dan wel
    • voor één van zijn vakken, rekening houdend met bepaling a (kernvakkenregeling), waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 4 en voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
    • voor twee van zijn vakken, rekening houdend met bepaling a (kernvakkenregeling), waarvoor een eindcijfer is vastgesteld een 5 heeft behaald dan wel voor één vak een 5 en één vak een 4 en in beide gevallen voor de overige vakken een 6 of meer heeft behaald en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt;
  1. indien het vak ckv (in vwo 4) beoordeeld is als “voldoende” of “goed”;
  2. indien het vak lichamelijke opvoeding (in vwo 6) beoordeeld is als “voldoende” of “goed”;
  3. indien voor de onderdelen van het combinatiecijfer (zie hieronder) geen eindcijfer lager dan een 4 is behaald;
Het combinatiecijfer is een onderdeel van het schoolexamen en telt mee in de slaag/zakregeling bij het eindexamen in vwo 6. Dit combinatiecijfer wordt gevormd door de afgeronde cijfers voor de vakken anw (vwo 4), maatschappijleer (vwo 5) en het profielwerkstuk (vwo 6) te combineren tot één cijfer dat eenzelfde gewicht heeft als de overige afzonderlijke vakken. Voor de afzonderlijke delen van het combinatiecijfer mag geen cijfer lager dan een 4 worden behaald.
Elke leerling heeft het recht om in één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, in het tweede tijdvak opnieuw deel te nemen aan het centraal examen (hoogste cijfer telt).
Regeling herkansingen
In de jaarplanning zijn twee herkansingsmomenten opgenomen: in februari en in juni. Leerlingen mogen beide keren één mislukte toets (van zwaarte 3 of 4)  herkansen. Het hoogste cijfer telt.
Na periode 1, 2, 3 en 4 hebben de leerlingen de mogelijkheid om één toets (examentoets of voortgangstoets) te herkansen. Geen beperking op basis van het eerder behaalde cijfer. Het hoogste cijfer telt. Het is niet mogelijk herkansingen te “sparen”. In het PTA staat aangegeven welke toetsen herkansbaar zijn.
De herkansing vindt plaats ongeveer twee weken na het eind van elke periode.
In V4 kunnen NT-leerlingen eventueel een herexamen wiskunde A doen om een 5 bij wiskunde B weg te werken (in V5 wordt dan NG gevolgd met wiskunde A)
Na periode 1, 2 en 3 hebben de leerlingen de mogelijkheid om één examentoets te herkansen. Het kan een toets zijn uit de net afgesloten periode maar ook uit de periode daarvoor. De tweede herkansing mag dus zowel een toets uit de eerste als de tweede periode betreffen en de derde herkansing een toets uit de tweede of derde periode. Een toets mag maar één keer herkanst worden. Er is geen beperking op basis van het eerder behaalde cijfer. Het hoogste cijfer telt. Het is niet mogelijk herkansingen te “sparen”. In het PTA staat aangegeven welke toetsen herkansbaar zijn. De herkansing vindt plaats ongeveer twee weken na het eind van elke periode.
In de Tweede Fase wordt een aantal vakken gegeven, waarvoor geen centraal examen is, maar alleen een schoolexamen: bijvoorbeeld maatschappijleer of anw. Het cijfer van het schoolexamen telt volwaardig mee bij de uitslagbepaling van het examen. Veel van deze vakken worden al in het vóórexamenjaar afgesloten. De leerlingen die als eindcijfer van deze afgesloten vakken een onvoldoende hebben, mogen per leerjaar voor één zo’n vak een herexamen afleggen. Dit herexamen staat los van de bovengenoemde herkansingsregeling.
Vrijstellingen
De wet- en regelgeving in het voortgezet onderwijs geeft schooldirecties in beperkte mate de mogelijkheid leerlingen in het vmbo vrij te stellen van het volgen van de vakken Frans of Duits. Het Libanon Lyceum kiest voor de volgende gedragslijn: Er kan alleen sprake van een vrijstelling zijn wanneer de leerling over een officiële dyslexie verklaring beschikt (verstrekt door een erkende orthopedagoog of psycholoog).
Een leerling kan slechts voor één vak worden vrijgesteld: Frans of Duits. Het eerste moment waarop een vrijstelling gegeven kan worden is vanaf de derde periode (half maart) in klas 2. Voor vrijstellingen in de bovenbouw verwijzen wij naar de website van het Ministerie van Onderwijs http://wetten.overheid.nl/BWBR0004593/geldigheidsdatum_26-09-2012

Procedure
De vrijstelling kan door iedereen (ouders, leerling, docenten, remedial teacher, teamleider) worden aangevraagd. Er vindt altijd overleg plaats met leerling en ouders. Het besluit wordt genomen door de schoolleider na overleg met de remedial teacher en het docententeam. Het besluit wordt schriftelijk bevestigd inclusief de consequenties voor de vakkenpakketkeuze in de bovenbouw.
proefwerkpapier
Dyslexie
Dyslexie
Leerlingen met de diagnose dyslexie komen in aanmerking voor extra begeleiding door de orthopedagoog/dyslexiecoach. De begeleiding is erop gericht de leerling zelfstandig te maken waar het haar/zijn eigen leerproces betreft. Er wordt aandacht besteed aan het omgaan met de dyslexie, een goede studie-aanpak, het gebruik van hulpmiddelen en/of specifieke ondersteuning voor de moderne vreemde talen. In het tweede leerjaar krijgen de leerlingen met (complexe) dyslexie ondersteuning op verzoek. In de hogere leerjaren blijft de orthopedagoog het aanspreekpunt en wordt samen met de leerling gezocht naar oplossingen bij specifieke leerproblemen. Bij alle dyslectische leerlingen wordt in kaart gebracht tegen welke specifieke (leer)problemen zij aanlopen.
Indien een leerling geen officiële dyslexieverklaring heeft maar er is een vermoeden van dyslexie dan volgt een screeningonderzoek en ev. extern onderzoek door een psycholoog of orthopedagoog. De leerling krijgt een voorlopige dyslexiepas die maximaal 3 maanden geldig is. In die tijd heeft de leerling recht op bovenstaande faciliteiten bij toetsen. De officiële dyslexieverklaring dient afgegeven te zijn door een GZ-psycholoog.

Faciliteiten
De dyslectische leerlingen hebben recht op extra tijd bij toetsen: 10 minuten voor toetsen van 50 minuten, 20 minuten voor toetsen van 100 minuten. Bij het centraal examen hebben de leerlingen recht op een standaard tijdsverlenging van 30 minuten. Bij de moderne vreemde talen geldt dat bij de normering van de toetsen rekening wordt gehouden met het feit dat deze leerlingen veel moeite hebben met het juist spellen van woorden.
Daarbij wordt aangetekend dat ook bij hen de spelling wel degelijk wordt meegewogen in het cijfer maar dat hiervoor een maximum aantal aftrekpunten geldt. Een uitzondering geldt voor de toetsen spelling Nederlands waarbij het de spelling is die wordt beoordeeld en bij toetsen Engels, Frans en Duits waarbij het woordenboek gebruikt mag worden. Bij deze toetsen gelden voor alle leerlingen dezelfde normen.

Bij het Centraal Examen gelden de voorschriften voor spellingcorrectie zoals door de overheid voorgeschreven. Spelling weegt echter voor alle leerlingen nooit zwaarder dan ongeveer een tiende van het totaal aantal te behalen punten. Een (dyslectische) leerling kan nooit meer dan één punt aftrek krijgen voor spelling en kan deze compenseren door tekstbegrip en andere taalvaardigheden. Het centraal examen wordt gedrukt in Arial pt 12 en kent geen vergrotingen (zie: protocol dyslexie VO).